Anderen over Gubbels   


‘Dat gemierenneuk van Klaas, dat vind ik zo prachtig’

(Teun van Zanten, geciteerd in Volkskrant Magazine 21 oktober 2000)
 

‘Zijn thema tafels is een beperking die hij zichzelf oplegt. De ene keer de tafel als object zonder meer, de andere keer als abstractie van zijn gedachten en dan weer met andere dingen erop.’

(Kho Liang Ie, in: catalogus Galerie Espace, 1972)
 

‘Klaas tafelt zoals hij gemutst is’

(R.W.D. Oxenaar, in: catalogus Begegnungen / Ontmoetingen, 1985)


Een zeer klein tafeltje, 1971, mini-etsje, ca. 15 x 11 cm. Elke catalogus Merkwaardig veel tafels (Gemeentemuseum, Arnhem 1971) bevatte een dergelijk mini-etsje.

‘Geen enkel schilderij van Gubbels maakt de indruk af te zijn. Toch kan er aan de meeste niets worden toegevoegd. Het zou het beeld dat Gubbels in uiterste concentratie tot stand brengt, zichtbaar verstoren.’

(Ed Wingen, in: De Telegraaf 29 mei 1981)

 

Hij haat oppervlakkigheid, tafels die ‘verf’ blijven. Dan kiest hij liever voor het onaffe, zoals de tafel op de tentoonstelling, die alleen uit enkele getekende lijnen bestaat.’

(Betty van Garrel, in: Haagse Post 3-1-1973)


‘Als Klaas Gubbels schildert, is het als het ware dat hij datgene wat hij ziet, op zijn doek noteert en het gauw weer wegveegt en dan zelf verbaasd staat te kijken. Of twijfelt, of hij er wel goed aan doet om het zo te doen.’

(Kho Liang Ie, in: catalogus Galerie Espace 1972)

 
Een zeer klein tafeltje, 1971, mini-etsje, ca. 15 x 11 cm

 
‘Klaas Gubbels werkt niet vanuit een concept. Naar zijn zeggen wordt hij sterk bepaald door zijn stemming. Hij is erg gevoelig voor zijn omgeving en sfeer van buiten af. Tijdens het maken van een schilderij laat hij zich leiden door de spanning die er bij hem ontstaat door de eerste willekeurige lijn die hij op het doek zet. (...) Hij kijkt. Wat hij op dat moment waarneemt, is bepalend voor het zetten van zijn volgende stap.’

(Marianne Gerritsen, in: catalogus Internationaal Cultureel Centrum, Antwerpen, 1984)


Klaas aan het werk t.g.v. de manifestatie Kunst op Kamers presenteert Privédomein, De Rijp 2001 (still uit cd-rom bij begeleidende uitgave).
 

‘Door zijn aanpak verandert Gubbels het voorwerp, maakt het los uit zijn omgeving en maakt het daarmee ook los van het oorspronkelijk doel waarvoor het ontworpen was.’

(Doris Weiler, in: catalogus Begegnungen / Ontmoetingen, 1985)

‘Een half uitgeveegde potloodlijn, een gedeeltelijk overgeschilderde contour, of een vroegere, maar verworpen vorm die door de verflaag heenschemert kunnen in deze werkwijze nét de beslissende factoren zijn die een doek compleet maken.’

(Kees Broos, in: catalogus Galerie Espace, Amsterdam 1988)
 

‘Klaas Gubbels bewijst hoeveel je met een klein onderwerp kunt doen. Wat is nou een stoel? Gubbels kan een vrouwelijke stoel maken, of een erotische stoel, of een stoel met humor, of een strenge stoel, een kwaaie of een lichtzinnige’

Leen van Weelden, in: Het is gezien, een keuze van Leen van Weelden. Museum voor Moderne Kunst Arnhem 2001.