
Klaas Gubbels
Tafel, 1985, gouache op papier, 76 x 56 cm
Wet
(voor Klaas Gubbels)
Een pure tafel staat. In elk wankel
evenwicht. Je raakt voorzichtig haar aan
in een portret: hoekig leeft zij, stil, als
duizendblad; alles is maar tafelstuk
in haar optiek, een hellend schrift. O Tafel -
En toch is zij plat en toch staat zij stil!
En jij, vecht jij Don Quichotte, met tafels,
praat jij met ingebeelde koffiekannen?
En ik, ineens zie ik: in elke omtrek roert
een creatuur; de tafel trapt, een stoel gaat
ervandoor, schenktuit wil giftand blijken
Niet bewezen is onschuld van dingen
Een lege tafel staat van zichzelf soms vol,
als een stenen tafel, wit gelijk krijt. Van daar
kom jij, met reisverhalen over dichte dingen die
een rand gedogen en velden die spelen bepalen.
Vermenigvuldiging! o wonderbaar dat één is veel
Dingen zijn een uitspatting, vragen dompteurs
Er was eens een tafel, die leefde stil en
zeer bereikbaar, dun en kaal zelfs was zij
heel reëel. Een beest van een ding dat mal
van beneden terug kijken durft, als jij kijkt. Wij
worden in stilte gepeild - hier mag niets af zijn
Raadsel blijft. Wetten blozen
Schuiven
Y. Né
ter gelegenheid van de overzichtstentoonstelling van Klaas Gubbels in De Beyerd te Breda, februari/maart 1997
(uit: Hier mag niets af zijn. Poëzie bij tentoonstellingen De Beyerd, Breda. Uitg. Van Kemenade, 2000)